Coronamonitor

De coronamonitor geeft een stand van zaken over de impact van de coronacrisis op de Limburgse economie, en brengt uitsluitend officiële en bevestigde cijfers uit overheidsbronnen. Dit geeft een objectief beeld van de economische situatie. De monitor wordt regelmatig aangevuld met nieuwe maandelijkse cijfers. Voor meer data en conjunctuurtrends op kwartaalbasis en voor een langere tijdreeks verwijzen we naar onze driemaandelijkse Limburgradar.

Laatste update: 11 augustus 2020

Synthese

  • In mei telde Limburg 77.955 tijdelijk werklozen wegens COVID-19, bijna 8 keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de lockdown. In vergelijking met april, een maand eerder, werden wel bijna 23.000 tijdelijk werklozen minder geteld.
  • Met 28.311 werkzoekenden in juli telt Limburg het hoogste werkloosheidsniveau in bijna 3 jaar. Ten opzichte van vorig jaar was de toename (+7,7%) wel iets kleiner dan gemiddeld in Vlaanderen en ook minder sterk dan de afgelopen maanden. Vooral in het aantal hooggeschoolde werkzoekenden is er een stijging.
  • De werkzoekendengraad in Limburg steeg van 6,4% in juli vorig naar 6,9% in juli 2020. De kloof met Vlaanderen (6,8%) blijft stabiel.
  • Het aantal nieuwe vacatures in Limburg lag in juli 31% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. Deze daling is min of meer vergelijkbaar met het Vlaams gemiddelde. Op sectorniveau kennen de zakelijke dienstverlening (-63%) en maatschappelijke diensten (-61%) de sterkste terugval.
  • In mei werden in Limburg 525 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn 74 starters minder dan in dezelfde maand van vorig jaar. Verhoudingsgewijs is de daling (-12,4%) minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen (-19,4%).
  • Het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven herstelt zich verder in juli. Vooral in de bouw en de dienstverlening groeide het vertrouwen in de economie opnieuw aan. In de industrie en handel zet het herstel zich minder sterk door.


Tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19

De RVA heeft haar vast aanbod van statistieken over tijdelijke werkloosheid voorlopig opgeschort. Hierdoor kan de reguliere tijdreeks van maandelijkse cijfers voorlopig niet op coherente wijze worden geüpdatet. In plaats daarvan worden cijfers gepubliceerd over tijdelijke werkloosheid als gevolg van COVID-19. De hier gerapporteerde cijfers zijn echter nog voorlopige cijfers voor de laatste maand (gebaseerd op de uitbetalingen tot de 10de dag van de daaropvolgende maand) die door de RVA maandelijks worden geactualiseerd.

In mei waren er in heel Vlaanderen 544.448 werknemers in tijdelijke werkloosheid. In de Limburgse bedrijven ging het over 77.955 tijdelijk werklozen, bijna acht keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de lockdown. Ongeveer een kwart van de werknemers in Limburg was daarmee geheel of deels tijdelijk werkloos in de maand mei. In vergelijking met april, toen de kaap van 100.000 tijdelijk werklozen werd overschreden, telde de provincie wel bijna 23.000 tijdelijk werklozen minder (-22,7%). Het Limburgs aandeel in de totale tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen bedraagt 14,3%, wat meer is dan het Limburgse aandeel in de totale Vlaamse werknemerspopulatie (12,7%; bron: RSZ).

Voorlopige RVA-cijfers over het aantal tijdelijk werklozen in juni (op basis van de uitbetalingen tot 10/7), komen uit op 44.969 tijdelijk werklozen in de Limburgse bedrijven. Dit is opnieuw heel wat minder dan in mei, al kunnen we ervan uitgaan dat dit cijfer bij een volgende update nog naar boven zal worden bijgesteld.

In heel Vlaanderen deden in mei 64.561 werkgevers beroep op het systeem van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hiervan zijn 8.871 werkgevers gevestigd in Limburg, of 13,7% van alle werkgevers met tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen. Dit is iets meer dan het globale Limburgse aandeel van de Vlaamse werkgevers (13,1%; bron: RSZ).

Hoewel in Limburg de tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19 in mei bijna 12 keer hoger lag dan de economische werkloosheid een jaar eerder, bleef dit nog relatief beperkt in vergelijking met de rest van Vlaanderen. Gemiddeld in Vlaanderen kwamen er ruim 14 keer zoveel tijdelijk werklozen bij. In de provincie Antwerpen ging het over 19 keer zoveel. Vlaams-Brabant telde zelfs 27 keer zoveel tijdelijk werklozen in vergelijking met mei vorig jaar.

Van alle Limburgse tijdelijk werklozen wegens COVID-19 is een kwart actief in de administratieve en ondersteunende diensten aan bedrijven (20.084 werknemers of 25,8% van alle tijdelijk werklozen in Limburg). Ook voor bijna een kwart gaat het over werknemers in de industrie (17.409 of 22,3%). Daarna volgen de handel (12.098 of 15,5%) en de bouw (5.890 of 7,6%). Verhoudingsgewijs viel het aantal tijdelijk werklozen tussen april en mei het sterkst terug in de bouw (-46,1%). In de industrie nam de tijdelijke werkloosheid af met bijna een kwart (-23,9%).


Niet-werkende werkzoekenden

In juli 2020 telde VDAB in Limburg 28.311 niet-werkende werkzoekenden (nwwz). Dit zijn er 2.017 meer dan in juli vorig jaar of een toename van 7,7%. Sinds april is er een duidelijk effect van de coronacrisis in de werkloosheidscijfers (de talrijke tijdelijk werklozen nog niet meegerekend). Met ruim 28.300 werkzoekenden vallen we terug op het hoogste werkloosheidsniveau in bijna 3 jaar.

Positief is wel dat de toename op jaarbasis (+7,7%) duidelijk minder sterk is dan de afgelopen drie maanden. Ook is de stijging voor het eerst dit jaar kleiner dan gemiddeld in Vlaanderen (+7,9%). West-Vlaanderen kent de sterkste stijging in aantal werkzoekenden (+10,4%), provincie Antwerpen de minst sterke (+6,8%).

Er is onder de Limburgse werkzoekenden vooral een toename bij hooggeschoolden (+15,6% op jaarbasis), werkzoekenden die 1 tot 2 jaar werkloos zijn (+14,2%), allochtonen (+12,7%) en 25- tot 39-jarigen (+12,1%). Bij laaggeschoolden (+2,6%) blijft de stijging relatief beperkt, onder 55-plussers (+0,7%) neemt de werkloosheid nauwelijks toe.

Binnen de provincie kwamen er de meeste werkzoekenden bij in Zuid-Limburg (+541 nwwz). Op jaarbasis is dit een toename van +9,5%. In West- en Noord-Limburg is dit telkens iets minder (+9,2%). Daar kwamen respectievelijk 400 en 362 werkzoekenden bij.


Werkzoekendengraad

In juli bedraagt de Limburgse werkzoekendengraad 6,9%. Een jaar eerder was dit nog 6,4%. In Vlaanderen ligt de werkzoekendengraad 0,1 procentpunt lager (6,8% in juli 2020).

In Midden-Limburg (8,1%) en het Maasland (8,0%) ligt de werkzoekendengraad duidelijk hoger dan in de rest van de provincie. In vergelijking met juli 2019 jaar stijgt de werkzoekendengraad er met respectievelijk 0,5 en 0,4 procentpunten. Noord-Limburg heeft nog steeds veruit de laagste werkzoekendengraad (5,5%), al neemt ook deze met 0,5 procentpunten toe in vergelijking met juli vorig jaar.


Ontvangen vacatures

In juli 2020 ontving VDAB 1.851 vacatures van Limburgse bedrijven. Dit zijn er bijna 1.000 minder dan in juni. Ten opzichte juli vorig jaar gaat het over 844 vacatures minder of een terugval van bijna een derde op jaarbasis (-31,3%). Gemiddeld in Vlaanderen nam het aantal vacatures af met 29,5%.

Hoewel de Limburgse vacaturemarkt in juni wat herstelde, laat de impact van corona zich in juli dus opnieuw gelden. Toch kan de afname op jaarbasis voor een stuk ook verklaard worden doordat VDAB in juli vorig jaar uitzonderlijk veel vacatures ontving in vergelijking met andere jaren.

Limburg (-31,3%) kent wel de sterkste terugval van alle Vlaamse provincies. In Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant daalde het aantal vacatures in vergelijking met juli vorig jaar telkens met 30,9%. In West-Vlaanderen was de daling het minst sterk (-24,0%).

Op sectorniveau kennen de dienstensectoren de sterkste afname. Dit geldt vooral voor de zakelijke dienstverlening (-335 vacatures of -62,5% op jaarbasis) en maatschappelijke diensten (-445 vacatures of -60,9%). Ook de groot- en kleinhandel had in juli heel wat minder jobaanbiedingen (-117 vacatures of -29,5%). Sectoren waar in vergelijking met juli vorig jaar meer vacatures worden geteld zijn de logistiek (+31,4%), de horeca (+21,2%) en de land- en tuinbouw (+16,3%).

Op streekniveau is de vacaturekrimp verhoudingsgewijs het sterkst in West-Limburg (-248 vacatures of -42,0% op jaarbasis). In absolute aantallen heeft Midden-Limburg de sterkste terugval (-457 vacatures of -39,9%). Het Maasland kende in juli een eerder beperkte krimp (-10 vacatures of -7,1%).


Faillissementen en banenverlies

In maart 2020 registreerde Statbel 78 faillissementen van Limburgse bedrijven. Dit zijn er 26 meer dan in dezelfde maand van vorig jaar. Op jaarbasis gaat het over een stijging van 50,0%. De cijfers voor maart, en meer nog deze voor de maanden april (20) en mei (25), geven echter geen reëel beeld van het economisch klimaat. Sinds 18 maart gold immers het moratorium op faillissementen. Gezien dit doorliep tot 17 juni is ook het cijfer voor de maand juni (63 faillissementen) nog een onderschatting.

De 78 Limburgse faillissementen in maart ‘20 hebben geleid tot een verlies van 214 banen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het verlies aan banen in nog actieve ondernemingen, het gaat hier enkel over het jobverlies als gevolg van de geregistreerde faillissementen. Het gros van dit banenverlies (91 jobs) zien we in de sector van de ‘vrije beroepen en wetenschappelijke/technische activiteiten’ (als gevolg van 5 faillissementen). In de horeca gingen 55 jobs verloren (bij 17 faillissementen).

Tussen de uitspraak van het faillissement en de stopzetting van de economische activiteit kan enige tijd zitten. Als gevolg van de coronacrisis draaiden veel ondernemingsrechtbanken en griffies bovendien op verminderde activiteit. Ook gold van 18 maart tot 17 juni een moratorium op faillissementen, waardoor de faillissementsprocedure tijdelijk werd bevroren voor bedrijven die in moeilijkheden verkeerden door de coronacrisis. De cijfers zijn daarom op korte termijn voorlopig geen betrouwbare indicator.


Starters

In mei 2020 werden in Limburg 525 nieuwe ondernemingen opgestart. In dezelfde maand vorig jaar waren dat er nog 599. Op jaarbasis gaat het over 74 starters minder of een daling van 12,4%. Dit is verhoudingsgewijs een minder sterke daling dan gemiddeld in Vlaanderen (-19,4%). In april was terugval in het aantal oprichtingen nog heel wat sterker, zowel in Limburg (-36,2% op jaarbasis) als Vlaanderen (-33,4%).

Het aantal starters betreft hier alle ondernemingen die voor de eerste keer btw plichtig worden of waarvan de btw-plichtige activiteit gereactiveerd werd na een inactieve periode.


Ondernemersvertrouwen

De Limburgse conjunctuurcurve van de Nationale Bank nam in april een ongeziene duik, tot haar laagste niveau ooit. In juni en juli veert het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven terug op. Vooral in de bouw en in de dienstverlening aan bedrijven was er een heropleving in vergelijking met de lockdown periode maart-april.

Echter niet in alle sectoren wakkerde het ondernemersvertrouwen even sterk aan. In de verwerkende nijverheid was er in Limburg geen verbetering in juni, maar wel in juli. In de handel daalde de curve in juni zelfs terug maar hernam het vertrouwen in juli wel opnieuw.

De conjunctuurindicator wordt opgesteld op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête van de NBB en geeft het saldo weer van ondernemingen die een conjunctuurverbetering of -verslechtering verwachten. De bruto synthetische curve weerspiegelt het ondernemersvertrouwen of het algemeen conjunctuurklimaat. De afgevlakte synthetische curve toont, door eliminatie van de extreme waarden, met vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging.


Synthesetabel


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief