Coronamonitor

De coronamonitor geeft een stand van zaken over de impact van de coronacrisis op de Limburgse economie, en brengt uitsluitend officiële en bevestigde cijfers uit overheidsbronnen. Dit geeft een objectief beeld van de economische situatie. De monitor wordt regelmatig aangevuld met nieuwe maandelijkse cijfers. Voor meer data en conjunctuurtrends op kwartaalbasis en voor een langere tijdreeks verwijzen we naar onze driemaandelijkse Limburgradar.

Laatste update: 5 juni 2020

Synthese

  • In maart telde Limburg 84.586 tijdelijk werklozen wegens COVID-19, ruim 8,5 keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid in de periode voor de lockdown. Meer dan een kwart van de werknemers in Limburg was daarmee geheel of gedeeltelijk tijdelijk werkloos.
  • Met ruim 26.600 werkzoekenden in mei valt Limburg terug op het niveau van 3 jaar geleden. De toename in Limburg (+15,5% op jaarbasis) was sterker dan gemiddeld in Vlaanderen.
  • De werkzoekendengraad in Limburg steeg van 5,6% in mei ’19 naar 6,5% in mei ’20. De kloof met Vlaanderen (6,4%) is opnieuw iets groter.
  • Het aantal nieuwe vacatures in Limburg lag in april 36% lager dan in april vorig jaar, maar dankzij de land- en tuinbouw bleef de daling in onze provincie nog enigszins ‘beperkt’ in vergelijking met de andere Vlaamse provincies.


Tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19

De RVA heeft haar vast aanbod van statistieken over tijdelijke werkloosheid voorlopig opgeschort. Hierdoor kan de reguliere tijdreeks van maandelijkse cijfers voorlopig niet op coherente wijze worden geüpdatet. In plaats daarvan worden cijfers gepubliceerd over tijdelijke werkloosheid als gevolg van COVID-19. De hier gerapporteerde cijfers zijn echter nog voorlopige cijfers die elke maand door de RVA worden geactualiseerd.

In maart waren er in heel Vlaanderen 561.150 werknemers in tijdelijke werkloosheid. In de Limburgse bedrijven ging het over 84.586 tijdelijk werklozen, ruim 8,5 keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid voor de lockdown. Meer dan een kwart van de werknemers in Limburg was daarmee geheel of gedeeltelijk tijdelijk werkloos. Tegelijkertijd betekent dit dat bijna 3 op 4 loontrekkenden in de Limburgse bedrijven wel aan het werk bleef tijdens de eerste weken van de lockdown. Het Limburgs aandeel in de totale tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen bedroeg 15,1%, wat meer is dan het Limburgse aandeel in de totale Vlaamse werknemerspopulatie (12,7%; bron: RSZ).

De eerste RVA-cijfers over het aantal tijdelijk werklozen in april komen uit op 77.841 tijdelijk werklozen in de Limburgse bedrijven. Dit is minder dan in maart, al kunnen we ervan uitgaan dat dit cijfer bij een volgende update naar boven zal worden bijgesteld.

In heel Vlaanderen deden 68.949 werkgevers beroep op het systeem van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hiervan zijn 9.604 werkgevers gevestigd in Limburg, of 13,9% van alle werkgevers met tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen. Dit is iets meer dan het globale Limburgse aandeel van de Vlaamse werkgevers (13,1%; bron: RSZ).

Hoewel in Limburg de tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19 in maart 8,6 keer hoger lag dan de economische werkloosheid een jaar eerder, bleef dit nog relatief beperkt in vergelijking met de rest van Vlaanderen. Gemiddeld in Vlaanderen kwamen er ruim tien keer zoveel tijdelijk werklozen bij. In de provincie Antwerpen ging het over 11,8 keer zoveel. Vlaams-Brabant telde 15,6 keer zoveel tijdelijk werklozen.

Van alle Limburgse tijdelijk werklozen wegens COVID-19 is ruim een kwart actief in de administratieve en ondersteunende diensten aan bedrijven (21.967 werknemers of 26,0% van alle tijdelijk werklozen in Limburg). Voor ongeveer één op vijf gaat het over werknemers in de industrie (17.787 of 21,0%). Daarna volgen de handel (12.969 of 15,3%), bouw (11.191 of 13,2%) en horeca (4.676 of 5,5%).


Niet-werkende werkzoekenden

In mei ‘20 telde VDAB in Limburg 26.607 niet-werkende werkzoekenden (nwwz). Dit zijn er 3.598 meer dan in mei ‘19 of een toename van 15,6%. Sinds april is een duidelijk effect van de coronacrisis merkbaar in de werkloosheidscijfers (de talrijke tijdelijk werklozen nog niet meegerekend). Met ruim 26.600 werkzoekenden in mei vallen we terug op het niveau van 3 jaar geleden.

De toename van het aantal Limburgse werkzoekenden (+15,6% op jaarbasis) was sterker dan gemiddeld in Vlaanderen (+13,9%). West-Vlaanderen kent de sterkste stijging (+22,1%), Vlaams-Brabant de minst sterke (+11,1%).

Er was onder de Limburgse werkzoekenden vooral een toename bij hooggeschoolden (+26,3%), allochtonen (+24,5%), 25- tot 39-jarigen (+24,4%) en kortdurig werklozen (+23,0%). Onder 55-plussers (+1,4%) en laaggeschoolden (+8,7%) bleef de stijging nog relatief beperkt.

Binnen de provincie nam het aantal werkzoekenden het meest toe in Midden-Limburg: +1.032 nwwz of +14,3% op jaarbasis. Verhoudingsgewijs was de werkloosheidsstijging wel het sterkst in Noord-Limburg, waar liefst een kwart meer werkzoekenden werden geteld dan een jaar terug (+827 nwwz of +25,6%). In Zuid-Limburg (+12,0%) en het Maasland (+11,6%) steeg het aantal nwwz het minst sterk.


Werkzoekendengraad

In mei ’20 bedroeg de Limburgse werkzoekendengraad 6,5%. Een jaar eerder was dit nog 5,6%. In Vlaanderen lag de werkzoekendengraad 0,1 procentpunt lager (6,4% in mei ‘20).

In Midden-Limburg is de werkzoekendengraad (7,8%) duidelijk hoger dan in de rest van de provincie. In vergelijking met mei ‘19 jaar steeg de werkzoekendengraad er met 1 procentpunt. In Zuid-Limburg steeg de werkzoekendengraad het minst sterk (+0,7 ppt). Noord-Limburg heeft nog steeds met voor-sprong de laagste werkzoekendengraad (5,2% in mei ’20), al nam deze wel vrij sterk toe (+1 ppt in vergelijking met mei ‘19).


Ontvangen vacatures

In april 2020 ontving VDAB 1.810 vacatures van Limburgse bedrijven. Dit zijn er 1.027 minder dan in april vorig jaar of een daling van -36,2%.

Ondanks de ineenstuikende vraag naar arbeidskrachten was de afname van het aantal ontvangen vacatures in Limburg minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen, waar het aantal vacatures bijna halveerde (-48,9%). Limburg kent ook de kleinste relatieve terugval binnen Vlaanderen. In de provincies West-Vlaanderen (-56,3%) en Antwerpen (-54,2%) nam het aantal vacatures het sterkst af.

Dat de terugval in Limburg in vergelijking met de rest van Vlaanderen nog redelijk ‘beperkt’ is, is vooral het gevolg van de grote vraag naar arbeidskrachten in de land- en tuinbouw. Voor de Limburgse primaire sector registreerde VDAB in april ’20 vier keer zoveel vacatures dan in april ’19 (+427 vacatures). In de maatschappelijke dienstverlening (-605; -80,6%) en de horeca & toerisme (-107; -89,9%) viel het aantal vacatures het sterkst terug.

De grote vacaturevraag in de land- en tuinbouw weerspiegelt zich ook in de subregionale cijfers. Zo kende de vacaturemarkt in Zuid-Limburg nog een toename van 20,4% op jaarbasis (+96 vacatures). West-Limburg (-59,6%) en het Maasland (-58,4%) kenden in vergelijking met vorig jaar de sterkste vacaturedaling.


Faillissementen en banenverlies

In maart 2020 registreerde Statbel 78 faillissementen van Limburgse bedrijven. Dit zijn er 26 meer dan in dezelfde maand van vorig jaar. Op jaarbasis gaat het over een stijging van 50,0%. Op Vlaams niveau bleef de toename beperkt (+1,8%).

De 78 Limburgse faillissementen in maart ‘20 hebben geleid tot een verlies van 214 banen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het verlies aan banen in nog actieve ondernemingen, het gaat hier enkel over het jobverlies als gevolg van de geregistreerde faillissementen. Het gros van dit banenverlies (91 jobs) zien we in de sector van de ‘vrije beroepen en wetenschappelijke/technische activiteiten’ (als gevolg van 5 faillissementen). In de horeca gingen 55 jobs verloren (bij 17 faillissementen).

Tussen de uitspraak van het faillissement en de stopzetting van de economische activiteit kan enige tijd zitten. Als gevolg van de coronacrisis draaien bovendien veel ondernemingsrechtbanken en griffies op verminderde activiteit. Ook geldt vanaf 18 maart een moratorium op faillissementen, waardoor de faillissementsprocedure tijdelijk wordt bevroren voor bedrijven die in moeilijkheden verkeren door de coronacrisis. De cijfers zijn daarom op korte termijn voorlopig geen betrouwbare indicator.


Ondernemersvertrouwen

De Limburgse conjunctuurcurve van de Nationale Bank neemt in april een ongeziene duik, tot haar laagste niveau ooit. De daling doet zich voor in alle bedrijfstakken, maar de handel en diensten aan bedrijven betalen de hoogste tol. In de verwerkende industrie en de bouwnijverheid krijgt het ondernemersvertrouwen een iets minder grote deuk.

In de diensten aan ondernemingen en de bouwnijverheid is de terugval voornamelijk te wijten aan het lage activiteitsniveau en de beperkte orders. In de handel is de daling van de indicator vooral toe te schrijven aan de negatieve vraagvooruitzichten. In de industrie spelen in het bijzonder de negatieve werkgelegenheidsvooruitzichten.

In mei herstelde het Limburgse ondernemersvertrouwen zich licht, vooral door een verbetering in de diensten aan ondernemingen.

De conjunctuurindicator wordt opgesteld op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête van de NBB en geeft het saldo weer van ondernemingen die een conjunctuurverbetering of -verslechtering verwachten. De bruto synthetische curve weerspiegelt het ondernemersvertrouwen of het algemeen conjunctuurklimaat. De afgevlakte synthetische curve toont, door eliminatie van de extreme waarden, met vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging.


Synthesetabel

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief