Coronamonitor

De coronamonitor geeft een stand van zaken over de impact van de coronacrisis op de Limburgse economie, en brengt uitsluitend officiële en bevestigde cijfers uit overheidsbronnen. Dit geeft een objectief beeld van de economische situatie. De monitor wordt regelmatig aangevuld met nieuwe maandelijkse cijfers. Voor meer data en conjunctuurtrends op kwartaalbasis en voor een langere tijdreeks verwijzen we naar onze driemaandelijkse Limburgradar.

Laatste update: 13 juli 2021

Synthese

  • In mei 2021 telde Limburg nog ruim 23.300 werknemers die één of meerdere dagen tijdelijk werkloos waren wegens COVID-19. Na twee golven en een stabilisering op een hoog plateau, lijkt het aantal tijdelijke werklozen opnieuw te dalen. Limburg lijkt de tweede golf wel iets minder goed te doorstaan dan gemiddeld in Vlaanderen.
  • Eind juni 2021 telde Limburg precies 23.994 werkzoekenden zonder werk. Dit is het laagste aantal sinds het begin van de coronacrisis. In vergelijking met de maand juni vorig jaar gaat het over een daling van liefst 16,3%. Net zoals de voorgaande 11 maanden verloopt de evolutie gunstiger in Limburg dan gemiddeld in Vlaanderen.
  • De werkzoekendengraad in Limburg liep terug van 5,7% in april 2021 naar 5,3% in mei. Ook in vergelijking met een jaar eerder is er in Limburg een sterke daling van de werkzoekendengraad.
  • Voor de vierde maand op een rij zien we in juni 2021 een stijging van het aantal vacatures. VDAB Limburg ontving in juni opnieuw 19,8% meer vacatures dan in dezelfde maand in 2020. Gemiddeld in Vlaanderen zien we een forsere stijging (+58,1%).
  • In april 2021 werden in Limburg 1.173 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn er een stuk meer dan in dezelfde maand een jaar geleden (+88,9% op jaarbasis). Gemiddeld in Vlaanderen was deze toename nog iets sterker (+92,5%).
  • Het ondernemersvertrouwen in het Limburgse bedrijfsleven gaat er in juni opnieuw iets verder op vooruit. En dat voor de vierde maand op rij, maar aan een trager tempo dan in de voorgaande maanden. In elk van de grote bedrijfssectoren nam het vertrouwen in de economie toe, behalve in de bouwnijverheid.


Tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19

In mei 2021 waren in heel Vlaanderen 145.987 werknemers minstens één dag tijdelijk werkloos. In de Limburgse bedrijven ging het over 23.332 tijdelijk werklozen. Dit is nog steeds meer dan het dubbele van het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de uitbraak van het coronavirus. In mei was 7,6% van de Limburgse werknemers geheel of gedeeltelijk werkloos. Dit is hoger dan het Vlaamse aandeel (6,0%) en het hoogste van alle Vlaamse provincies. In april vorig jaar, toen de tijdelijke werkloosheid piekte was nog één op drie Limburgse werknemers tijdelijk werkloos.

Nadat de tweede lockdown zich in november ‘20 vertaalde in een nieuwe stijging van de tijdelijke werkloosheid, was er in december 2020 opnieuw een lichte daling. Deze daling zette zich in de eerste vier maanden van 2021 echter niet verder zodat de cijfers min of meer op een hoog plateau bleven hangen. Voor mei 2021 stellen we wel opnieuw een forse daling vast (-35,0%) in vergelijking met april ‘21, al gaat hier het wel om voorlopige cijfers. Doorgaans worden deze cijfers nog naar boven bijgesteld door de RVA.

Verder heeft Limburg de tweede golf minder goed doorstaan dan gemiddeld in Vlaanderen. Tussen september ‘20 en mei ‘21 kent Limburg (voorlopig) een stijging van 9,5% van het aantal tijdelijke werklozen. In Vlaanderen is de toename met 4,9% wat gematigder. In Vlaams-Brabant stellen we zelfs een daling vast tijdens de tweede golf (-1,2%).

Het Limburgs aandeel in de totale tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen bedraagt in mei 16,0%. Dit aandeel is met 1 procentpunt gestegen in vergelijking met april 2021 en is hierdoor nog steeds groter dan het Limburgse aandeel in de totale Vlaamse werknemerspopulatie (12,7%; bron: RSZ).

In heel Vlaanderen deden in mei 29.299 werkgevers een beroep op het systeem van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hiervan zijn 4.250 werkgevers actief in Limburg, of 14,5% van alle werkgevers met tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen. Dat is een beetje meer dan het globale Limburgse aandeel in de Vlaamse werkgevers (12,9%; bron: RSZ).

In Limburg is de tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19 in vergelijking met een jaar geleden stevig gedaald (-70,0%). Dit heeft uiteraard veel te maken met de forse piek van toen, bij de uitbraak van het coronavirus en de daaropvolgende lockdown. Gemiddeld in Vlaanderen was deze daling licht sterker (-73,1% op jaarbasis). In West-Vlaanderen zien we de sterkste daling van het aantal tijdelijk werklozen in vergelijking met een jaar geleden (-75,7%).

Wanneer we vergelijken met de periode net vóór de uitbraak van corona, in februari 2020, kunnen we stellen dat Limburg wel beter standhoudt: er is tussen het aantal economisch werklozen in februari 2020 en het aantal tijdelijk werklozen wegens COVID-19 in mei 2021 nog steeds een kleinere toename in Limburg dan gemiddeld in Vlaanderen (+134,1% in Limburg t.o.v. +180,7% in Vlaanderen). Limburg is hiermee de beste leerling van de klas. In de andere Vlaamse provincies liep de tijdelijke werkloosheid tijdens de crisis sneller op.

Van alle Limburgse tijdelijk werklozen wegens COVID-19 in mei is ongeveer 1 op 4 actief in de administratieve en ondersteunende diensten aan bedrijven (5.923 werknemers of 25,4%). Daarna volgen de industrie (5.108 werknemers of 21,9%) en de handel (2.942 werknemers of 12,6%).

De laatste maanden waren er door de tweede coronagolf wel enkele opvallende evoluties binnen de sectoren. Zo is het aantal tijdelijk werklozen in de Limburgse horeca (door de sluiting in de 2de helft van oktober) meer dan verdubbeld (+160,6% ten opzichte van september 2020). Tussen april en mei ‘21 liep het aantal tijdelijk werklozen er wel met 23,2% terug als een gevolg van de gedeeltelijke heropening op 8 mei. De sluiting van de niet-essentiële winkels begin november zorgde dan weer voor een toename van meer dan 3.900 tijdelijk werklozen in de Limburgse handel. Intussen is dit aantal alweer sterk afgenomen tot een verschil van ongeveer 500 tijdelijk werklozen meer in vergelijking met september 2020. In de industrie zien we zelfs een positieve impact van de tweede golf in Limburg. Het aantal tijdelijk werklozen daalde met 7,6% in vergelijking met september 2020.

Tussen april en mei ’21 is er in alle sectoren in Limburg een daling van het aantal tijdelijk werklozen. De sterkste daling vinden we terug in de vervoers- en opslagsector (-47,9%). Ook het aantal tijdelijke werklozen in de handel en de administratieve diensten neemt sterk af in vergelijking met april 2021 (resp. -41,5% en -40,2%).


Werkzoekenden zonder werk

Vanaf juni 2021 publiceert de VDAB aangepaste arbeidsmarktcijfers. Voortaan worden alle burgers die bij VDAB zijn ingeschreven opgenomen in de cijfers, ingedeeld in werkzoekenden zonder werk, werkenden, studenten en anderen. Als we de nieuwe cijfers voor het aantal werkzoekenden zonder werk retroactief toepassen, zien we dezelfde dalende trend als die van de voorbije maanden. Als een gevolg van de nieuwe rekenmethode zijn de cijfers voor de verschillende streken en de werkzoekendengraad nog niet beschikbaar voor juni 2021.

Eind juni telde VDAB in Limburg 23.994 werkzoekenden zonder werk (wzw). Dit zijn er 4.686 minder dan in juni 2020 of een daling van liefst 16,3%. Daarmee merken we voor de vierde maand op een rij een daling op van het aantal wzw op jaarbasis. De dalende trend wordt weliswaar mee verklaard door het hoge werkloosheidsniveau een jaar geleden, toen de economie voorzichtig terug opstartte na de eerste lockdown. Sinds het begin van de crisis lag het aantal werkzoekenden in Limburg nooit lager. Bemoedigend is ook dat Limburg voor de twaalfde maand op rij betere cijfers kan voorleggen dan gemiddeld in Vlaanderen (-13,4% in juni ‘21). De daling van het aantal werkzoekenden in Limburg verloopt dan ook sterker dan in alle andere Vlaamse provincies. In Oost-Vlaanderen is de daling het kleinst (-12,3%).

Belangrijke kanttekening bij deze cijfers is wel dat geen rekening wordt gehouden met de tijdelijke werkloosheid. Mogelijk stromen de komende maanden nog heel wat tijdelijk werklozen door naar de ‘echte’ werkloosheid. Hierdoor moeten de positieve signalen ook met het nodige voorbehoud worden geïnterpreteerd.

In bijna alle groepen gaat het aantal werkzoekenden achteruit, maar vooral bij de kortdurige werkzoe-kenden (-30,3% op jaarbasis), jongeren (-28,5%) en allochtonen (-20,3%). Naar opleidingsniveau zien we de sterkste daling bij de middengeschoolde werkzoekenden (-16,6%).

Heel wat minder uitgesproken is de daling van het aantal langdurig werkzoekenden. Bij wzw die langer dan twee jaar werkloos zijn, bleef de afname beperkt tot 3,2%. Een groot contrast dus met de kortdurige werkzoekenden, waar bijna een derde minder wzw werden geteld in vergelijking met een jaar eerder. Bovendien stellen we vast dat het aantal wzw die langer dan een jaar maar minder dan twee jaar werkloos zijn, als enige groep is gestegen (+0,6%).


Werkzoekendengraad

In mei 2021 bedroeg de Limburgse werkzoekendengraad 5,3%. Dit is een daling met liefst 1,2 procentpunt ten opzichte van mei vorig jaar. In vergelijking met de voorgaande maand (april ‘21) nam de werkzoekendengraad af met 0,4 procentpunt. Vlaanderen kende een iets kleinere daling in vergelijking met een maand eerder (- 0,3 ppt). Hierdoor duikt de Limburgse werkloosheidsgraad opnieuw onder deze voor Vlaanderen.

In Midden-Limburg en het Maasland ligt de werkzoekendengraad duidelijk hoger dan in de rest van de provincie (respectievelijk 6,3% en 6,0%). Wel nam de graad in beide gevallen sterker af dan gemiddeld in Limburg (-1,4 ppt t.o.v. -1,2 ppt). Noord-Limburg heeft nog steeds veruit de laagste werkzoekenden-graad (4,4%). De marge voor verdere daling is dan ook beperkter (-0,8 ppt).


Ontvangen vacatures

In juni 2021 ontving VDAB 3.413 vacatures van Limburgse bedrijven. Dat zijn er 39 meer dan een maand eerder. Ten opzichte van een jaar geleden zien we een forsere stijging: 565 extra vacatures. VDAB ontving daarmee 19,8% meer vacatures dan in juni vorig jaar. Gemiddeld in Vlaanderen ging het over een toename van 58,1%. We zien dus een heropleving van de Limburgse vacaturemarkt, al is deze voor de vierde maand op rij minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen. Bovendien is de groei beduidend minder sterk dan deze in de voorgaande maanden, sinds maart 2021. Dat wordt mede verklaard door het feit dat er in de voorgaande maanden vergeleken werd met maanden in volle coronacrisis, terwijl er in juni vergeleken wordt met een maand waarin de economie zich vorig jaar stilaan herpakte.

Limburg (+19,8%) had in juni de kleinste stijging in aantal vacatures van de Vlaamse provincies. De op één na kleinste stijging vinden we terug in Vlaams-Brabant (+39,6%). Oost-Vlaanderen heeft de grootste stijging in vergelijking met vorig jaar (+75,3%).

Op sectorniveau nam de vraag naar nieuwe arbeidskrachten verhoudingsgewijs het spectaculairst toe in de horeca en het toerisme (133 vacatures meer ofwel +160,2% in vergelijking met juni vorig jaar). Deze stijging kan verklaard worden door de heropstart van de horeca in mei en juni 2021. Ook binnen de chemiesector en de openbare besturen is er een stevige groei van het aantal vacatures in vergelijking met juni 2020 (respectievelijk +160,0% en +145,1%). Verder neemt het aantal vacatures in de metaalsector ook opnieuw toe (+143,2%).

Op streekniveau heeft Midden-Limburg met voorsprong de grootste vacaturemarkt (1.232 ontvangen vacatures in juni 2021). De grootste relatieve toename in vergelijking met een jaar geleden is voor West-Limburg (+69,0%). Ook in alle andere Limburgse streken is er een relatieve toename in vergelijking met een jaar geleden. De groei was het kleinst in Midden-Limburg (+0,1%).


Faillissementen en banenverlies

In maart 2020, de maand waarin COVID-19 in België uitbrak, registreerde Statbel 78 faillissementen van Limburgse bedrijven. Dit waren er 26 meer dan in dezelfde maand van het jaar voordien. Op jaarbasis ging het over een stijging van 50,0%.

De maandelijkse cijfers van het afgelopen jaar geven echter geen reëel beeld van het economisch klimaat, omwille van verschillende redenen: het moratorium op faillissementen door de coronacrisis, het gerechtelijk zomerreces en andere beschermende overheidsmaatregelen. Hierdoor zijn de cijfers een onderschatting van de eigenlijke economische impact.


Starters

In april 2021 werden in Limburg 1.173 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn er 552 meer dan in april 2020 (+88,9%). Een kanttekening is wel dat er vergeleken wordt met een maand in de eerste golf van de coronacrisis, toen het aantal starters ook sterk terugviel. Ondanks de sterke Limburgse stijging zien we dat het aantal oprichtingen in Vlaanderen nog iets sterker toenam (+92,5%). Positief is ook dat we voor de 11de maand op rij een stijging vaststellen van het aantal startende ondernemingen in Limburg in vergelijking met een jaar geleden.

Het aantal starters betreft hier alle ondernemingen die voor de eerste keer btw plichtig worden of waarvan de btw-plichtige activiteit gereactiveerd werd na een inactieve periode.


Ondernemersvertrouwen

De Limburgse conjunctuurcurve van de Nationale Bank nam na de uitbraak van COVID-19 een forse duik. Na de eerste coronagolf, vanaf de zomer van 2020, veerde het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven terug op. Sindsdien was er opnieuw een duidelijk herstel. In maart 2021 bevond de Limburgse conjunctuurbarometer zich weer op een hoger niveau dan voor de uitbraak van het coronavirus. In april nam het ondernemersvertrouwen in versneld tempo verder toe. Ook in mei en juni nam de curve toe, maar aan een trager tempo. De historische piek van de conjunctuurcurve op Belgisch niveau werd in Limburg ook niet bereikt.

In de Limburgse industrie, de diensten aan bedrijven en vooral de handel verbeterde het ondernemersklimaat in juni. In de bouwnijverheid dook de curve echter opnieuw naar beneden. Door minder goede vooruitzichten over de vraag, de stijgende prijzen en leveringsproblemen kenden ondernemers in de bouw een vertrouwensverlies.

De conjunctuurindicator wordt opgesteld op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête van de NBB en geeft het saldo weer van ondernemingen die een conjunctuurverbetering of -verslechtering verwachten. De bruto synthetische curve weerspiegelt het ondernemersvertrouwen of het algemeen conjunctuurklimaat. De afgevlakte synthetische curve toont, door eliminatie van de extreme waarden, met vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging.



Synthesetabel (maandcijfers vanaf maart 2020)



  Sta cookies toe van de categorie "Basisinteracties en functionaliteiten" om onze locatie op Google Maps te kunnen zien.