Coronamonitor

De coronamonitor geeft een stand van zaken over de impact van de coronacrisis op de Limburgse economie, en brengt uitsluitend officiële en bevestigde cijfers uit overheidsbronnen. Dit geeft een objectief beeld van de economische situatie. De monitor wordt regelmatig aangevuld met nieuwe maandelijkse cijfers. Voor meer data en conjunctuurtrends op kwartaalbasis en voor een langere tijdreeks verwijzen we naar onze driemaandelijkse Limburgradar.

Laatste update: 26 oktober 2020

Synthese

  • In juli telde Limburg nog 31.830 werknemers die één of meerdere dagen tijdelijk werkloos waren wegens COVID-19. Dit is nog ruim 3 keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de lockdown (in maart), maar wel al een forse afname in vergelijking met de lockdown periode maart-mei. In vergelijking met april, toen Limburg meer dan 100.000 tijdelijk werklozen telde, gaat het inmiddels over ongeveer 70.000 werknemers minder.
  • Eind september telde Limburg 26.738 niet-werkende werkzoekenden. In vergelijking met september 2019 was de toename in Limburg (+4,7%) kleiner dan gemiddeld in Vlaanderen (+6,2%). Bovendien nam in Limburg het aantal werkzoekenden het minst sterk toe van alle Vlaamse provincies, en dit al voor de tweede opeenvolgende maand.
  • De werkzoekendengraad in Limburg steeg van 6,2% in september 2019 naar 6,5% in september dit jaar. In vergelijking met een maand terug, in augustus, nam de werkzoekendengraad wel af met 0,4 procentpunt. Hiermee komt Limburg op hetzelfde werkloosheidsniveau dan Vlaanderen.
  • Het aantal nieuwe vacatures in Limburg lag in september 17,4% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. Deze daling is sterker dan gemiddeld in Vlaanderen. Wel neemt de krimp van het aantal vacatures al voor de tweede maand op rij af.
  • In augustus werden in Limburg 701 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn 151 starters meer dan in dezelfde maand van vorig jaar. Verhoudingsgewijs steeg het aantal starters in Limburg wel minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen (respectievelijk +27,5% en +32,3% op jaarbasis).
  • Na een kleine terugval in augustus nam in september en oktober het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven opnieuw toe. Vooral in de industrie lijkt het vertrouwen in de economie verder aan te wakkeren.


Tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19

De RVA heeft haar vast aanbod van statistieken over tijdelijke werkloosheid voorlopig opgeschort. In plaats daarvan worden sinds maart wel cijfers gepubliceerd over tijdelijke werkloosheid als gevolg van COVID-19.

In juli waren in heel Vlaanderen nog 207.770 werknemers minstens één dag tijdelijk werkloos. In de Limburgse bedrijven ging het over 31.830 tijdelijk werklozen, ongeveer 3 keer meer dan het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de lockdown. Dit betekent dat in juli nog ongeveer 1 op de 10 werknemers in Limburg geheel of deels tijdelijk werkloos was. In april was dit nog een derde. Het aantal tijdelijk werklozen liep intussen dan ook fors terug. In vergelijking met april, toen Limburg meer dan 100.000 tijdelijk werklozen telde, gaat het over bijna 70.000 werknemers minder.

Het Limburgs aandeel in de totale tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen bedraagt 14,5%, wat meer is dan het Limburgse aandeel in de totale Vlaamse werknemerspopulatie (12,7%; bron: RSZ).

Voorlopige RVA-cijfers over het aantal tijdelijk werklozen in augustus (op basis van de uitbetalingen tot op datum van 10 september), komen uit op 22.911 tijdelijk werklozen in de Limburgse bedrijven. Dit is opnieuw heel wat minder dan in juli, al moeten we ervan uitgaan dat dit cijfer bij een volgende update naar boven wordt bijgesteld.

In heel Vlaanderen deden in juli 33.213 werkgevers beroep op het systeem van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hiervan zijn 4.647 werkgevers gevestigd in Limburg, of 14,0% van alle werkgevers met tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen. Ook dat is iets meer dan het globale Limburgse aandeel van de Vlaamse werkgevers (13,1%; bron: RSZ).

In Limburg lag de tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19 in juli 6,3 keer hoger dan de economische werkloosheid een jaar eerder. Gemiddeld in Vlaanderen kwamen er echter ruim 8 keer zoveel tijdelijk werklozen bij. Enkel in Oost-Vlaanderen liep de tijdelijke werkloosheid ten opzichte van vorig jaar minder snel op dan in Limburg. In Antwerpen en vooral Vlaams-Brabant was de toename heel wat sterker.

Van alle Limburgse tijdelijk werklozen wegens COVID-19 in juli is bijna 3 op de 10 actief in de administratieve en ondersteunende diensten aan bedrijven (9.197 werknemers of 28,9%). Voor bijna een kwart gaat het over werknemers in de industrie (7.704 of 24,2%). De tijdelijke werkloosheid nam tussen juni en juli wel heel wat sterker af in de industrie (-41%) dan in de diensten aan bedrijven (-27%). In de horeca (-67%) en de handel (-46%) nam de tijdelijke werkloosheid op maandbasis het sterkst af. In de bouw daarentegen was er tussen juni en juli nauwelijks een daling van het aantal tijdelijk werklozen (-2,3%).


Niet-werkende werkzoekenden

Eind september 2020 telde VDAB in Limburg 26.738 niet-werkende werkzoekenden (nwwz). Dit zijn er 1.197 meer dan in september vorig jaar. Sinds april is er een duidelijk effect van de coronacrisis in de werkloosheidscijfers (de tijdelijk werklozen nog niet meegerekend). Met ruim 26.700 werkzoekenden vallen we bijna terug op het werkloosheidsniveau van 2 jaar geleden.

Positief is wel dat de toename in het aantal nwwz op jaarbasis (+4,7%) opnieuw verder afneemt, zeker in vergelijking met de periode april-juni. Ook is de stijging voor de derde opeenvolgende maand kleiner dan gemiddeld in Vlaanderen (+6,2%). Bovendien nam, net zoals in augustus, ook in september het aantal werkzoekenden in Limburg minder sterk toe dan in de overige Vlaamse provincies. Vlaams-Brabant kent de sterkste stijging in aantal werkzoekenden (+8,0%).

Er is onder de Limburgse werkzoekenden – net zoals elders in Vlaanderen – vooral een toename bij nwwz die 1 tot 2 jaar werkloos zijn (+16,2% op jaarbasis). Ook bij 25- tot 39-jarigen (+8,3%), midden- en hooggeschoolden (respectievelijk +8,1% en +7,9%) en allochtonen (+7,9%) was er een sterkere toename dan gemiddeld. Bij 55-plussers (+1,0%) en vooral laaggeschoolde werkzoekenden (+0,4%) was de werkloosheidstoename beperkt.

Binnen de provincie kwamen er de meeste werkzoekenden bij in Zuid-Limburg (+380 nwwz). Op jaarbasis is dit een toename van +6,8%. In verhouding nam het aantal werkzoekenden echter het sterkst toe in Noord-Limburg (+8,1% of +306 nwwz) en het minst sterk in Midden-Limburg (+2,5% of +203 nwwz).


Werkzoekendengraad

In september bedraagt de Limburgse werkzoekendengraad 6,5%. Een jaar eerder lag deze nog op 6,2%. In vergelijking met een maand eerder, in augustus, nam de werkzoekendengraad wel af met 0,4 procentpunt (van 6,9% naar 6,5%). Hiermee werkt Limburg de kloof met Vlaanderen weg en bereikt de Limburgse werkzoekendengraad hetzelfde niveau als Vlaanderen.


In Midden-Limburg (7,6%) en het Maasland (7,4%) ligt de werkzoekendengraad duidelijk hoger dan in de rest van de provincie. In vergelijking met september 2019 jaar stijgt de werkzoekendengraad er met respectievelijk 0,2 en 0,3 procentpunten. Noord-Limburg heeft nog steeds veruit de laagste werkzoekendengraad (5,3%), al neemt deze (met +0,5 ppt) wel sterker toe dan gemiddeld in de provincie. Dit laatste geldt ook voor Zuid-Limburg.


Ontvangen vacatures

In september 2020 ontving VDAB 2.704 vacatures van Limburgse bedrijven. Dat zijn er ongeveer 550 meer dan een maand eerder, in augustus. Ten opzichte september 2019 gaat het wel over 571 vacatures minder of een terugval van 17,4%. Gemiddeld in Vlaanderen ging het over een krimp van 12,8%. Positief is wel dat het aantal ontvangen vacatures voor de tweede maand op rij minder sterk afneemt, zowel in Vlaanderen als in Limburg.

Limburg (-17,4%) kent wel de tweede sterkste terugval van de Vlaamse provincies, na Oost-Vlaanderen (-20,0%). In de provincies Antwerpen (-8,1%) en West-Vlaanderen (-6,1%) ging de vacaturemarkt er op jaarbasis minder snel op achteruit.

Op sectorniveau kennen de dienstensectoren de sterkste afname. Dit geldt vooral voor de zakelijke dienstverlening (-234 vacatures of -38,1% op jaarbasis) en maatschappelijke diensten (-166 vacatures of -26,1%). In de groot- en kleinhandel waren er in september bijna een derde minder jobaanbiedingen (-173 vacatures of -31,6%). Een sector waar voor de tweede maand op rij opvallend meer vacatures werden geteld is de logistiek (+135 vacatures of +133,7%).

Op streekniveau kent Midden-Limburg met voorsprong de grootste vacaturemarkt (1.273 ontvangen vacatures in september). Dit maakt dat de regio ook in absolute aantallen de sterkste krimp heeft (-301 vacatures). Procentueel gezien is de vacaturedaling het sterkst in Noord-Limburg (-20,7%), gevolgd door Zuid-Limburg (-19,9%) en Midden-Limburg (-19,1%). In het Maasland was de terugval het minst sterk (-8,9%).


Faillissementen en banenverlies

In maart 2020, de maand waarin COVID-19 in België uitbrak, registreerde Statbel 78 faillissementen van Limburgse bedrijven. Dit waren er 26 meer dan in dezelfde maand van vorig jaar. Op jaarbasis gaat het over een stijging van 50,0%. De cijfers voor maart, en meer nog deze voor de maanden erna, geven echter geen reëel beeld van het economisch klimaat. Sinds 18 maart gold immers het moratorium op faillissementen. Gezien dit doorliep tot 17 juni en als gevolg van het gerechtelijk zomerreces en bepaalde overheidsmaatregelen zijn ook de cijfers voor de maanden juni (63 faillissementen), juli (49), augustus (25) en september (50) nog een onderschatting.

De 78 Limburgse faillissementen in maart ‘20 hebben geleid tot een verlies van 214 banen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het verlies aan banen in nog actieve ondernemingen, het gaat hier enkel over het jobverlies als gevolg van de geregistreerde faillissementen. Het gros van dit banenverlies (91 jobs) zagen we in de sector van de ‘vrije beroepen en wetenschappelijke/technische activiteiten’ (als gevolg van 5 faillissementen). In de horeca gingen 55 jobs verloren (bij 17 faillissementen).

Tussen de uitspraak van het faillissement en de stopzetting van de economische activiteit kan enige tijd zitten. Als gevolg van de coronacrisis en het gerechtelijk zomerreces draaiden veel ondernemingsrechtbanken en griffies bovendien op verminderde activiteit. Ook gold van 18 maart tot 17 juni een moratorium op faillissementen, waardoor de faillissementsprocedure tijdelijk werd bevroren voor bedrijven die in moeilijkheden verkeerden door de coronacrisis. Dit alles heeft een matigend effect op het aantal uitgesproken faillissementen. De cijfers voor de periode maart-september zijn daarom geen betrouwbare indicator.


Starters

In augustus 2020 werden in Limburg 701 nieuwe ondernemingen opgestart. In dezelfde maand vorig jaar waren dat er nog 550. Op jaarbasis gaat het dus over 151 oprichtingen meer dan in augustus 2019. Dit is een stijging van ruim een kwart (+27,5%). Verhoudingsgewijs is dit wel een minder grote toename dan gemiddeld in Vlaanderen (+32,3%). Een maand eerder – in juli ’20 – was de toename in Limburg nog fors sterker dan het Vlaams gemiddelde. Na een sterke terugval in het aantal oprichtingen in april en mei, wakkerde in de zomer de Limburgse ondernemingszin hoe dan ook opnieuw aan. Dit resulteerde in een inhaalbeweging in juli en augustus.

Het aantal starters betreft hier alle ondernemingen die voor de eerste keer btw plichtig worden of waarvan de btw-plichtige activiteit gereactiveerd werd na een inactieve periode.


Ondernemersvertrouwen

De Limburgse conjunctuurcurve van de Nationale Bank nam in het voorjaar, na de uitbraak van COVID-19, een forse duik. In juni en juli veerde het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven wel terug op. Vooral in de bouw en in de dienstverlening aan bedrijven was er een heropleving in vergelijking met de lockdown periode maart-april.

Na een aarzeling in augustus neemt het vertrouwen in de Limburgse economie in september en oktober opnieuw toe. Vooral in de industrie wakkerde het ondernemersvertrouwen verder aan. In de handel was er in oktober voor het eerst sinds de zomer een verbetering. In de bouw echter liep het ondernemersvertrouwen opnieuw terug.

De conjunctuurindicator wordt opgesteld op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête van de NBB en geeft het saldo weer van ondernemingen die een conjunctuurverbetering of -verslechtering verwachten. De bruto synthetische curve weerspiegelt het ondernemersvertrouwen of het algemeen conjunctuurklimaat. De afgevlakte synthetische curve toont, door eliminatie van de extreme waarden, met vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging.


Synthesetabel


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief