Coronamonitor

De coronamonitor geeft een stand van zaken over de impact van de coronacrisis op de Limburgse economie, en brengt uitsluitend officiële en bevestigde cijfers uit overheidsbronnen. Dit geeft een objectief beeld van de economische situatie. De monitor wordt regelmatig aangevuld met nieuwe maandelijkse cijfers. Voor meer data en conjunctuurtrends op kwartaalbasis en voor een langere tijdreeks verwijzen we naar onze driemaandelijkse Limburgradar.

Laatste update: 19 april 2021

Synthese

  • In februari 2021 telde Limburg ruim 31.500 werknemers die één of meerdere dagen tijdelijk werkloos waren wegens COVID-19. Hiermee zijn we over de tweede golf in de tijdelijke werkloosheid heen maar belanden we op een plateau. Bovendien lijkt Limburg de tweede golf iets minder goed te doorstaan dan gemiddeld in Vlaanderen
  • Eind maart 2021 telde Limburg 23.846 niet-werkende werkzoekenden. In vergelijking met maart 2020 gaat het over een daling van 4,9%. Dit is een keerpunt aangezien er sinds de uitbraak van het coronavirus elke maand een stijging was in vergelijking met het vorige jaar. Net zoals de voorgaande maanden is de evolutie gunstiger in Limburg dan gemiddeld in Vlaanderen (-1,6%).
  • De werkzoekendengraad in Limburg daalde van 6,0% in februari ‘21 naar 5,8% in maart ‘21. Ook in vergelijking met een jaar eerder is er in Limburg een daling van de werkzoekendengraad.
  • Na maanden van relatieve afname van het aantal vacatures, zien we in maart 2021 opnieuw een heropleving van de vacaturemarkt. VDAB Limburg ontving in maart 30,5% meer vacatures dan in dezelfde maand in 2020. Gemiddeld in Vlaanderen was deze stijging nog sterker (+69,2%).
  • In februari 2021 werden in Limburg 846 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn er meer dan in dezelfde maand een jaar geleden (+7,0% op jaarbasis). De toename is wel minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen (+9,2%).
  • Door het herstel van het ondernemersvertrouwen in maart bevindt de Limburgse conjunctuur-barometer zich weer op een hoger niveau dan voor de uitbraak van het coronavirus. Vooral in de handel verbetert het ondernemersklimaat. In de bouwnijverheid gaat het vertrouwen in de economie echter achteruit.


Tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19

In februari 2021 waren in heel Vlaanderen 202.422 werknemers minstens één dag tijdelijk werkloos. In de Limburgse bedrijven ging het over 31.524 tijdelijk werklozen. Dit is het drievoudige van het aantal dossiers voor economische werkloosheid vóór de uitbraak van het coronavirus. In februari was ongeveer 1 op 10 werknemers in Limburg geheel of gedeeltelijk tijdelijk werkloos (10,3%). In april vorig jaar, toen de tijdelijke werkloosheid piekte was nog één op drie Limburgse werknemers tijdelijk werkloos.

Nadat de tweede lockdown zich in november vertaalde in een nieuwe stijging van de tijdelijke werkloosheid, zagen we in december 2020 opnieuw een daling. Deze daling zet zich in de eerste twee maanden van 2021 echter niet verder zodat de cijfers min of meer op een plateau blijven hangen. Bovendien gaat het om voorlopige cijfers die doorgaans nog door RVA naar boven worden bijgesteld.

Verder lijkt Limburg de tweede golf ook iets minder goed te doorstaan dan gemiddeld in Vlaanderen. Tussen september ‘20 en februari ‘21 noteren we (voorlopig) een stijging van 48,0% van het aantal tijdelijke werklozen in Limburg en van 45,5% in Vlaanderen. Enkel in de provincie Oost-Vlaanderen is de stijging van het aantal tijdelijke werklozen in de tweede golf nog groter (+65,1%). Als we de gehele coronaperiode bekijken kunnen we wel nog stellen dat Limburg beter standhoudt: er is tussen het aantal economisch werklozen in februari 2020 en het aantal tijdelijk werklozen wegens COVID-19 in februari 2021 nog steeds een kleinere toename in Limburg dan gemiddeld in Vlaanderen (216,3% in Limburg t.o.v. 289,3% in Vlaanderen).

In heel Vlaanderen deden in februari 34.853 werkgevers beroep op het systeem van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hiervan zijn 4.905 werkgevers actief in Limburg, of 14,1% van alle werkgevers met tijdelijke werkloosheid in Vlaanderen. Dat is meer dan het globale Limburgse aandeel van de Vlaamse werkgevers (13,1%; bron: RSZ).

In Limburg ligt de tijdelijke werkloosheid wegens COVID-19 in februari ’21 nog 3,2 keer hoger dan de economische werkloosheid een jaar eerder. Gemiddeld in Vlaanderen kwamen er 3,9 keer zoveel tijdelijk werklozen bij. Limburg is hiermee de beste leerling van de klas. In de andere Vlaamse provincies liep de tijdelijke werkloosheid ten opzichte van vorig jaar sneller op. In Antwerpen en vooral Vlaams-Brabant was de toename heel wat sterker dan het Vlaamse gemiddelde (respectievelijk 4,5 keer en 6,9 keer hoger dan in februari 2020).

Van alle Limburgse tijdelijk werklozen wegens COVID-19 in februari is een kwart actief in de administratieve en ondersteunende diensten aan bedrijven (7.832 werknemers of 24,8%). Daarna volgen de industrie (6.727 werknemers of 21,3%) en de handel (3.862 werknemers of 12,3%).

De laatste maanden waren er door de tweede coronagolf wel enkele opvallende evoluties binnen de sectoren. Zo kwamen er door de sluiting van de cafés en restaurants (sinds 2de helft van oktober) opnieuw meer dan 2.500 tijdelijk werklozen bij in de Limburgse horeca (stijging van liefst +233,2% tussen september en februari). De sluiting van de niet-essentiële winkels begin november zorgde dan weer voor een toename van meer dan 3.900 tijdelijk werklozen in de Limburgse handel. Omdat de handelszaken in december terug open konden, viel dit aantal in februari ’21 wel opnieuw terug (tot een verschil van ongeveer 1.425 tijdelijk werklozen meer in vergelijking met september 2020).

In de industrie bleef de extra impact van de tweede golf beperkt. In deze sector was de toename van het aantal tijdelijk werklozen tijdens de tweede golf gelijk aan 21,6%. Wel zien we in de industrie opnieuw een stijging van het aantal tijdelijke werklozen tussen januari en februari. Dit in tegenstelling tot in de overige grote sectoren waar de tijdelijke werkloosheid afneemt. In de bouwsector en in de gezondheidszorg nam het aantal tijdelijk werklozen in vergelijking met januari het sterkst af (respectievelijk -16,8% en -19,6%)


Niet-werkende werkzoekenden

Eind maart telde VDAB in Limburg 23.846 niet-werkende werkzoekenden (nwwz). Dit zijn er 1.236 minder dan in maart 2020 of een daling van 4,9% in vergelijking met een jaar eerder. Sinds november 2020 nam de stijging van het aantal nwwz op jaarbasis stelselmatig af. In maart zien we ook effectief een daling van het aantal nwwz ten opzichte van een jaar geleden. Opmerkelijk is dat Limburg voor de negende maand op rij betere cijfers kan voorleggen dan gemiddeld in Vlaanderen (-1,6% in maart). Ook verliep de daling van het aantal werkzoekenden in Limburg sterker dan in alle andere Vlaamse provincies. In Vlaams-Brabant was er als enige Vlaamse provincie nog een stijging van het aantal nwwz op jaarbasis (+1,4%). In West-Vlaanderen ging het over een daling van 2,1%.

Belangrijke kanttekening bij deze cijfers is wel dat geen rekening wordt gehouden met de tijdelijke werkloosheid. Waarschijnlijk stromen de komende maanden immers nog heel wat tijdelijk werklozen door naar de ‘echte’ werkloosheid. Hierdoor moeten de positieve signalen ook met het nodige voorbehoud worden geïnterpreteerd.

Er is onder de Limburgse werkzoekenden – net zoals elders in Vlaanderen – wel een sterke toename bij nwwz die 1 tot 2 jaar werkloos zijn (+25,5% op jaarbasis). Als gevolg van de coronacrisis vinden werkzoekenden minder snel een nieuwe job dan een jaar geleden. Meer en meer werklozen komen dan ook terecht in de groep van nwwz met een werkloosheidsduur van meer dan één jaar. Samen met het gegeven dat tijdelijke werkloosheid nog steeds een belangrijk buffer vormt voor de instroom van nieuwe werklozen, verklaart dit ook mee de stevige daling bij de kortdurig werklozen (-18,5% op jaarbasis).

Bij laaggeschoolden is de daling van het aantal werkzoekenden het sterkst zichtbaar (-6,0%). Ook bij Limburgse hoog- en middengeschoolden was er een sterkere daling dan gemiddeld in Vlaanderen (respectievelijk -4,1% en -3,8%). Bij jongeren (-25 jaar) wordt de daling voor de 4de maand op rij verdergezet (-10,8% in vergelijking met maart ‘20).

Binnen de provincie daalde het aantal werkzoekenden verhoudingsgewijs het sterkst in West-Limburg (-321 nwwz). Op jaarbasis is dit een daling van 7,7%. Midden-Limburg kent binnen de provincie als enige al voor derde maand op rij een daling van het aantal nwwz (-5,8% t.o.v. vorig jaar).


Werkzoekendengraad

In maart 2021 bedroeg de Limburgse werkzoekendengraad 5,8%. Dit is een daling met 0,3 procentpunt ten opzichte van maart vorig jaar. In vergelijking met de voorgaande maand (februari ‘21) daalde de werkzoekendengraad met 0,2 procentpunt. Hiermee komt Limburg voor de 6de maand op rij uit op een iets lagere werkzoekendengraad dan gemiddeld in Vlaanderen (5,9%).

In Midden-Limburg en het Maasland ligt de werkzoekendengraad (respectievelijk 6,9% en 6,7%) duidelijk hoger dan in de rest van de provincie. Noord-Limburg heeft nog steeds veruit de laagste werkzoekendengraad (4,8%), al is de daling (met -0,1 procentpunt in vergelijking met maart ‘20) lager dan gemiddeld in de provincie (-0,3 procentpunt).


Ontvangen vacatures

In maart 2021 ontving VDAB 3.169 vacatures van Limburgse bedrijven. Dat zijn 804 vacatures meer dan een maand eerder in februari 2021. Ten opzichte van een jaar geleden gaat het over een stijging van 740 vacatures. VDAB ontving daarmee 30,5% meer vacatures dan in maart vorig jaar. Gemiddeld in Vlaanderen ging het over een toename van 69,2%. We zien dus een heropleving van de Limburgse vacaturemarkt al is deze minder sterk dan gemiddeld in Vlaanderen. De sterke groeipercentages zijn er omdat in maart 2021 veel vacatures werden gemeld, maar ook omdat de cijfers voor het eerst worden vergeleken met een referentieperiode na de uitbraak van COVID-19, namelijk maart 2020, toen er voor de eerste keer een terugval was in het aantal vacatures.

Limburg (+30,5%) had in maart de kleinste stijging in vacatures van de Vlaamse provincies. De toename op jaarbasis van het aantal vacatures in de andere Vlaamse provincies is minstens dubbel zo groot. West-Vlaanderen heeft de grootste stijging in vergelijking met vorig jaar (+83,4%).

Op sectorniveau nam de vraag naar nieuwe arbeidskrachten verhoudingsgewijs het sterkst toe in de horeca en het toerisme (+251% in vergelijking met maart vorig jaar). Deze sector bereidt zich allicht opnieuw voor op het perspectief voor heropening in mei. Ook in het onderwijs en de groot- en kleinhandel is er een stevige groei van het aantal vacatures in vergelijking met maart 2020 (respectievelijk +121,4% en +119,6%). Verder neemt het aantal vacatures in de maatschappelijk dienstverlening ook opnieuw toe (+53,6%). Van bedrijven in de primaire sector ontving VDAB in maart 420 jobaanbiedingen minder dan vorig jaar (-72,9%).

Op streekniveau heeft Midden-Limburg met voorsprong de grootste vacaturemarkt (1.316 ontvangen vacatures in maart 2021). De grootste relatieve toename in vergelijking met een jaar geleden stellen we vast in West-Limburg (+93,1%). Negatief is dat VDAB in het Maasland en Zuid-Limburg minder vacatures ontving dan in maart vorig jaar (respectievelijk -21,2% en -18,6%).


Faillissementen en banenverlies

In maart 2020, de maand waarin COVID-19 in België uitbrak, registreerde Statbel 78 faillissementen van Limburgse bedrijven. Dit waren er 26 meer dan in dezelfde maand van het jaar voordien. Op jaarbasis ging het over een stijging van 50,0%.

De maandelijkse cijfers van het afgelopen jaar geven echter geen reëel beeld van het economisch klimaat, omwille van verschillende redenen: het moratorium op faillissementen door de coronacrisis, het gerechtelijk zomerreces en andere beschermende overheidsmaatregelen. Hierdoor zijn de cijfers een onderschatting van de eigenlijke economische impact.


Starters

In februari 2021 werden in Limburg 846 nieuwe ondernemingen opgestart. Dit zijn er 55 meer dan in februari 2020 (+7,0%). In Limburg was de toename van het aantal oprichtingen kleiner dan in Vlaanderen (+9,2%). Dit is de derde maand op rij dat het aantal startende ondernemingen stijgt in vergelijking met een jaar geleden.

Het aantal starters betreft hier alle ondernemingen die voor de eerste keer btw plichtig worden of waarvan de btw-plichtige activiteit gereactiveerd werd na een inactieve periode.


Ondernemersvertrouwen

De Limburgse conjunctuurcurve van de Nationale Bank nam na de uitbraak van COVID-19 een forse duik. Na de eerste coronagolf, vanaf de zomer, veerde het ondernemersvertrouwen bij Limburgse bedrijven terug op. In november, wanneer de tweede coronagolf haar piek bereikt, temperde het vertrouwen in de Limburgse economie. Sindsdien was er, met uitzondering in februari, terug een herstel. In maart bevindt de Limburgse conjunctuurbarometer zich weer op een hoger niveau dan voor de uitbraak van het coronavirus in ons land.

Vooral in de handel verbetert het ondernemersklimaat, terwijl in de bouwnijverheid het vertrouwen in de economie achteruit gaat.

De conjunctuurindicator wordt opgesteld op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête van de NBB en geeft het saldo weer van ondernemingen die een conjunctuurverbetering of -verslechtering verwachten. De bruto synthetische curve weerspiegelt het ondernemersvertrouwen of het algemeen conjunctuurklimaat. De afgevlakte synthetische curve toont, door eliminatie van de extreme waarden, met vertraging van enkele maanden de fundamentele tendens van de conjunctuurbeweging.



Synthesetabel (maandcijfers vanaf maart 2020)


  Sta cookies toe van de categorie "Basisinteracties en functionaliteiten" om onze locatie op Google Maps te kunnen zien.